ECLI:NL:RBZUT:2004:AR6652
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanspraak op vaste aanstelling bij tijdelijke urenuitbreidingen in het voortgezet onderwijs
Eiser is sinds 1981 werkzaam als leraar en sinds 1995 in vaste dienst met een normbetrekking van werktijdfactor 1,000. Vanaf 1996 werd zijn normbetrekking regelmatig tijdelijk uitgebreid met circa vijf klokuren per week vanwege vervanging en projectformatie. Deze tijdelijke uitbreidingen werden telkens schriftelijk vastgelegd en beëindigd.
Eiser vorderde aanpassing van zijn aanstelling tot een vaste aanstelling voor de uren boven zijn normbetrekking, stellende dat hij langer dan drie jaar onafgebroken in tijdelijke dienst was geweest. Verweerder wees dit verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de tijdelijke urenuitbreidingen onderdeel zijn van het bestaande dienstverband en niet als afzonderlijke dienstverbanden voor bepaalde tijd kunnen worden aangemerkt. De CAO-VO bepaalt dat dergelijke tijdelijke uitbreidingen van rechtswege vervallen zodra de werkzaamheden niet langer worden opgedragen. De stelling van eiser dat na drie jaar een vaste aanstelling ontstaat, wordt verworpen.
De rechtbank volgt niet de interpretatie van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een vergelijkbare zaak en acht het onwaarschijnlijk dat CAO-partijen een vaste aanstelling boven de normbetrekking beoogden. Ook is er geen sprake van een verworven recht, mede omdat eiser steeds schriftelijk op het tijdelijke karakter is gewezen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en hij krijgt geen vaste aanstelling voor de tijdelijke urenuitbreidingen boven zijn normbetrekking.