ECLI:NL:RBZUT:2003:AN7208
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- De Bie
- Van Lochem
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel met korting wegens overschrijding redelijke termijn
De rechtbank Zutphen behandelde de ontnemingsvordering van het Openbaar Ministerie tegen veroordeelde, waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op circa €1,93 miljoen. Veroordeelde betwistte de berekeningsmethode en het resultaat, maar de rechtbank oordeelde dat de berekening verantwoord was op basis van betrouwbare bewijsmiddelen.
Er werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor berechting van de ontnemingsvordering ruim was overschreden. Hoewel de overschrijding niet leidde tot niet-ontvankelijkheid, werd een compensatie in de vorm van een korting van 10% op het ontnemingsbedrag toegepast.
Veroordeelde voerde verder aan dat sprake was van waardedaling van in beslag genomen effecten en dat er sprake was van rechtsongelijkheid door verschillen in afdoening met medeverdachten. De rechtbank oordeelde dat waardedaling niet in deze ontnemingsprocedure kan worden gecompenseerd, maar pas in de executiefase. Het rechtsongelijkheidargument werd verworpen omdat de officier van justitie beleidsvrijheid heeft bij afdoening.
Uiteindelijk legde de rechtbank een ontnemingsbedrag van €1.485.709,31 op aan veroordeelde. Indien betaling uitblijft en verhaal op vermogen niet mogelijk is, kan lijfsdwang worden toegepast. De uitspraak volgde na een uitgebreide procedure, inclusief een strafrechtelijke veroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank legt een ontnemingsmaatregel van €1.485.709,31 op met 10% korting wegens overschrijding van de redelijke termijn.