ECLI:NL:RBZUT:2003:AN7056
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.J. Buijs
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bij voorwaardelijk ontbindingsverzoek na ontslag op staande voet
Verzoekster heeft na het geven van ontslag op staande voet aan verweerder een voorwaardelijk ontbindingsverzoek ingediend, voor het geval zou komen vast te staan dat de arbeidsovereenkomst na het ontslag nog voortduurde. Verweerder heeft echter niet gesteld of bewezen dat het ontslag op staande voet nietig is verklaard. Hierdoor ontbreekt de grondslag om aan te nemen dat de arbeidsovereenkomst nog bestaat.
Tijdens de mondelinge behandeling op 6 oktober 2003 heeft de kantonrechter vastgesteld dat verzoekster niet-ontvankelijk is in haar verzoek. Ook het argument van verzoekster om haar risico op doorbetaling van loon te beperken, leidt niet tot een ander oordeel, aangezien niet is gebleken dat verweerder bereid en in staat was om na het ontslag de bedongen arbeid te verrichten.
De kantonrechter heeft verzoekster veroordeeld in de kosten van de procedure, welke aan de zijde van verweerder tot op heden nihil zijn begroot. De beschikking is gegeven door kantonrechter D.J. Buijs te Apeldoorn.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar voorwaardelijk ontbindingsverzoek na ontslag op staande voet.