ECLI:NL:RBZUT:2002:AE6509
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering gemeente tegen Achmea wegens subsidieverlening en onrechtmatige daad
De gemeente Rijnwoude vorderde van Achmea Schadeverzekering N.V. een bedrag van € 295.218,60 plus wettelijke rente, wegens een door de gemeente aan LKBB betaalde schadevergoeding. De gemeente stelde dat zij onrechtmatig had gehandeld door aanvankelijk subsidie te weigeren op grond van een opschortende voorwaarde, die niet was vervuld door administratieve nalatigheid van de gemeente. Hierdoor zou zij schadeplichtig zijn jegens LKBB en aansprakelijk zijn tegenover Achmea op basis van de verzekeringsovereenkomst.
Achmea voerde verweer dat de betaling door de gemeente aan LKBB niet voortkwam uit een onrechtmatige daad, maar uit een subsidierelatie, waardoor geen aanspraak op vergoeding bestond. De rechtbank oordeelde dat de opschortende voorwaarde reeds was vervuld door een eerdere subsidiebeschikking van de Staatssecretaris, en dat de intrekking daarvan met terugwerkende kracht slechts gevolgen had voor de relatie tussen Staatssecretaris en gemeente, niet voor de subsidierelatie tussen gemeente en LKBB.
De rechtbank concludeerde dat de gemeente gehouden was tot vaststelling en uitbetaling van de subsidie aan LKBB en dat de betaling niet als een verbintenis uit onrechtmatige daad kon worden aangemerkt. Daarom bood de verzekeringsovereenkomst geen grondslag voor de vordering van de gemeente tegen Achmea. De vordering werd afgewezen en de gemeente veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de gemeente af omdat de betaling niet uit onrechtmatige daad voortkomt.