ECLI:NL:RBZLY:2012:BY0590
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Moorman
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij verzet tegen dwangbevel bestuursdwangkosten
Bij besluit van 19 april 2010 legde de gemeente Deventer aan eiser een last onder dwangsom op om zonder vergunning geplaatste rolluiken te verwijderen. Na het uitblijven van verwijdering heeft de gemeente bestuursdwang toegepast en de rolluiken verwijderd, waarna de kosten van €3.763,05 werden vastgesteld en aan eiser opgelegd.
Eiser stelde bezwaar en beroep in tegen het bestuursdwangbesluit en de kosten, maar deze werden ongegrond verklaard door de rechtbank en later door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Vervolgens vaardigde de gemeente een dwangbevel uit tot betaling van de kosten, waartegen eiser verzet aantekende bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelt dat het verzet tegen het dwangbevel een executiegeschil is ex artikel 438 Rv Pro en dat de kantonrechter bevoegd is dit te behandelen. De bezwaren van eiser tegen de bestuursdwangtoepassing en kosten zijn reeds onherroepelijk beslist, zodat het verzet ongegrond wordt verklaard. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt ongegrond verklaard en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.