ECLI:NL:RBZLY:2011:BV0348
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens ontbreken oogst hennep
De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft in deze zaak geoordeeld over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 13.500,00, voortvloeiend uit een veroordeling voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet.
De veroordeelde verklaarde sinds januari 2009 hennepplanten water en groeimiddelen te hebben gegeven, maar dat er nooit een oogst heeft plaatsgevonden en hij pas betaald zou worden bij oogst. De rechtbank achtte deze verklaring geloofwaardig en aannemelijk, mede omdat de hennepplanten bij aantreffen ongeveer acht weken oud waren, wat overeenkomt met halverwege januari 2009.
Het feit dat de veroordeelde bij aanhouding € 2.200,00 cash bij zich had, achtte de rechtbank niet voldoende bewijs voor het genieten van voordeel, mede omdat de veroordeelde verklaarde dit geld bij zich te hebben voor betaling aan zijn raadsman, wat door de raadsman werd bevestigd.
Gezien het ontbreken van aanwijzingen voor een oogst en het ontbreken van een directe link tussen het geldbedrag en de vermeende diensten, wees de rechtbank de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens het ontbreken van oogst en genoten voordeel.