ECLI:NL:RBZLY:2011:BT8657
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige naar Verenigde Staten op grond van het Haagse Verdrag
De Centrale Autoriteit diende een verzoek tot teruggeleiding van een minderjarige naar de Verenigde Staten in, nadat de moeder met het kind zonder toestemming van de vader in Nederland verbleef. Na mediation tussen ouders werd een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin werd overeengekomen dat de woonplaats van het kind Texas is. De moeder verzette zich echter tegen bekrachtiging van deze overeenkomst vanwege bezwaren over de mediationsessie.
De rechtbank oordeelde dat het tweede verzoek tot teruggeleiding een voortzetting was van het initiële verzoek en binnen de termijn van één jaar was ingediend. Er was sprake van ongeoorloofde vasthouding van het kind door de moeder in Nederland, zonder geldige toestemming van de vader, die gezamenlijk gezag uitoefenden.
De moeder voerde een beroep op weigeringsgronden wegens vermeend gevaar voor haar en het kind, maar kon dit niet onderbouwen. De minderjarige gaf aan in Nederland te willen blijven, maar dit werd niet als verzet tegen terugkeer in de zin van het Haagse Verdrag gezien.
De rechtbank gelastte daarom de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige naar de Verenigde Staten uiterlijk 25 november 2011, met een bevel tot afgifte aan de vader indien de moeder niet zelf terugkeert. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de inzet van de sterke arm werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: De rechtbank gelast de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige naar de Verenigde Staten uiterlijk op 25 november 2011.