ECLI:NL:RBZLY:2011:BR4870
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- J.W.F. Houthoff
- Rechtspraak.nl
Verbod op executiemaatregelen bank wegens ontbrekende executoriale kracht hypotheekakte
Eiseres en haar ex-echtgenoot sloten in 1998 een hypotheek af voor de aankoop van een woning. Na hun scheiding in 2006 werd de woning in 2010 verkocht met onderwaarde, waardoor een restschuld ontstond. De bank vorderde betaling van deze restschuld en legde in april 2011 loonbeslag bij eiseres.
Eiseres stelde dat de notariële hypotheekakte van 1998 geen executoriale kracht heeft omdat deze niet het verschuldigde bedrag vermeldt noch een bindende wijze van vaststelling daarvan bevat. De bank betwistte dit en stelde dat de restschuld eenvoudig kan worden vastgesteld door de oorspronkelijke hypotheeksom te verminderen met de verkoopprijs.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de akte niet voldoet aan de vereisten voor executoriale kracht omdat zij geen duidelijke bepaling bevat over de hoogte van het verschuldigde bedrag of de wijze van berekening. Daarom verbiedt de rechtbank verdere executiemaatregelen, heft de reeds gelegde beslagen op en veroordeelt de bank tot betaling van een dwangsom en proceskosten.
Uitkomst: De bank wordt verboden verdere executiemaatregelen te treffen en moet reeds gelegde beslagen opheffen wegens ontbrekende executoriale kracht van de hypotheekakte.