ECLI:NL:RBZLY:2010:BM0095
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.W. Akkerman
- L.E.C. van Rijckevorsel – Besier
- W.J.B. Cornelissen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en keuze bruto vloeroppervlakte bij waardering onroerende zaken
Eiseres betwistte de door de gemeente Almere vastgestelde WOZ-waarden van meerdere onroerende zaken met waardepeildatum 1 januari 2007. Zij voerde aan dat de waarden te hoog waren vastgesteld, met name omdat de gemeente bij de waardering uitging van de bruto vloeroppervlakte in plaats van de verhuurbare oppervlakte. Daarnaast stelde eiseres dat de gehanteerde referentieobjecten en kapitalisatiefactoren niet deugdelijk waren onderbouwd.
De rechtbank overwoog dat de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) geen wettelijke verplichting bevat om uit te gaan van de verhuurbare oppervlakte. Het staat het bestuursorgaan vrij om een uniforme methode te kiezen, waarbij de gemeente Almere koos voor de bruto vloeroppervlakte, een methode die ook door de Waarderingskamer wordt aanbevolen. De rechtbank achtte deze keuze gerechtvaardigd en voldoende onderbouwd.
Verder oordeelde de rechtbank dat de door verweerder gebruikte referentieobjecten en de gehanteerde huurwaardekapitalisatiefactoren adequaat waren gemotiveerd en dat de bezwaren van eiseres onvoldoende waren onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarden niet te hoog waren vastgesteld.
De rechtbank wees het beroep af en wees geen proceskosten toe. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem en beroep in cassatie bij de Hoge Raad, onder voorwaarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarden wordt ongegrond verklaard en afgewezen.