ECLI:NL:RBZLY:2009:BK1807
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. van der Hulst
- Rechtspraak.nl
Juridische beoordeling van het bestaan van een buurweg en erfdienstbaarheid van weg tussen buren
In deze civiele zaak staat centraal of een zandpad over het perceel van gedaagde (C c.s.) kwalificeert als een buurweg ten behoeve van eiser (A c.s.). A c.s. stelt dat het pad, dat al decennialang wordt gebruikt, een buurweg is op grond van artikel 719 oud Pro BW, en vordert een verklaring voor recht en medewerking aan inschrijving in de openbare registers. Gedaagde betwist dit en stelt dat er geen sprake is van een buurweg, erfdienstbaarheid of noodweg, en vordert onder meer een verbod voor A c.s. om het perceel te betreden.
De rechtbank analyseert de feiten, waaronder het langdurig gebruik van het pad door beide partijen en de informatie uit koopovereenkomsten en brieven van voormalige eigenaren en het waterschap. Uit deze feiten volgt dat er sprake is geweest van gemeenschappelijk gebruik vóór 1992, wat het vermoeden van een buurweg oplevert. Dit vermoeden kan door gedaagde worden weerlegd, maar tot die tijd wordt het aangenomen.
De rechtbank wijst erop dat het ontbreken van een uitdrukkelijke bestemming tot buurweg niet uitsluit dat een stilzwijgende bestemming kan bestaan, afgeleid uit gedragingen en ongestoord bezit. De stelling van gedaagde dat de buurweg door ruilverkaveling is opgeheven of in onbruik geraakt, wordt niet onderbouwd geacht. De zaak wordt aangehouden om gedaagde de gelegenheid te geven tegenbewijs te leveren.
Uitkomst: De rechtbank laat toe dat gedaagde tegenbewijs levert tegen het vermoeden van een buurweg en houdt de zaak aan voor verdere bewijslevering.