ECLI:NL:RBZLY:2007:BA8243
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering kennelijk onredelijk ontslag tegen stichting Het Goed afgewezen wegens verjaring
Eisende partij, voormalig werknemer van stichting Het Goed, vorderde herstel van dienstverband en/of schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag per 1 oktober 2004. Hij stelde dat het ontslag op een valse reden berustte en dat de vennootschap Het Goed mede aansprakelijk is vanwege verwevenheid met de stichting.
De stichting Het Goed betwistte de vorderingen en stelde dat het ontslag bedrijfseconomisch was gerechtvaardigd en dat de vorderingen verjaard waren. De vennootschap Het Goed werd niet als werkgever erkend.
De rechtbank oordeelde dat de vordering tegen de vennootschap niet-ontvankelijk was, omdat deze geen werkgever was en geen vereenzelviging met de stichting kon worden aangenomen. De vordering tegen de stichting Het Goed was verjaard, omdat de stuiting van de verjaring onvoldoende was aangetoond. Eisende partij slaagde er niet in te bewijzen dat de stuitingsbrieven van 25 mei 2005 door de gemachtigde van de stichting waren ontvangen.
Daarom wees de rechtbank de vordering af en veroordeelde eisende partij in de proceskosten. De beslissing werd uitgesproken door kantonrechter W.F. Boele op 19 april 2007.
Uitkomst: De vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag tegen stichting Het Goed is afgewezen wegens verjaring en de vordering tegen vennootschap Het Goed is niet-ontvankelijk verklaard.