ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ2959
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot voortzetting pensioenpremiebetaling na VUT-gerechtigde leeftijd
In deze zaak staat centraal of de werkgever, ondanks het vervallen van de VUT-regeling per 1 juni 2002, verplicht is de pensioenpremies van de werknemer voort te zetten tot diens pensioengerechtigde leeftijd. De beëindigingsovereenkomst van 19 december 1995 bevat bepalingen die de werkgever verplichten alsof de VUT-regeling nog bestond te handelen.
De kantonrechter past de Haviltex-maatstaf toe om de afspraken uit de beëindigingsovereenkomst uit te leggen. Hierbij wordt vastgesteld dat partijen in 1995 beoogden dat de werknemer bij het bereiken van de VUT-leeftijd gebruik zou maken van een VUT-regeling en dat de werkgever tot die datum zowel het werkgevers- als werknemersdeel van de pensioenpremie zou betalen.
Omdat de VUT-regeling niet meer bestond per 1 juni 2002, moet de werkgever als vervangend VUT-fonds optreden en de pensioenpremies blijven voldoen tot 1 juni 2005. De werkgever heeft nagelaten dit expliciet in de overeenkomst te regelen, waardoor zij gehouden is aan de oorspronkelijke afspraak. De kantonrechter veroordeelt de werkgever tot betaling van € 36.212,10 aan het pensioenfonds ten behoeve van de werknemer en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van € 36.212,10 aan pensioenpremies over de periode 1 juni 2002 tot 1 juni 2005.