ECLI:NL:RBZLY:2005:AS9413
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering inzage stukken na faillissement eiser
In deze kantonzakenprocedure vordert Zaza Stores B.V. dat HB Oost B.V. wordt veroordeeld om binnen zeven dagen inzage te geven in bepaalde stukken die relevant zijn voor de hoofdzaak. HB Oost B.V. is echter in staat van faillissement verklaard en heeft niet gereageerd op de incidentele vordering.
De kantonrechter stelt vast dat het faillissement van HB niet automatisch leidt tot schorsing van de procedure, omdat artikel 27 van Pro de Faillissementswet van toepassing is en de curator de procedure niet heeft overgenomen. Zaza heeft een rechtmatig belang bij inzage in de stukken waarop HB zich beroept, maar de gevraagde stukken zijn niet voldoende concreet en sommige facturen zijn al voldaan.
De kantonrechter oordeelt dat artikel 843a Rv geen algemeen inzagerecht geeft en dat de vordering onvoldoende onderbouwd is. Daarom wordt de incidentele vordering afgewezen. De procedure wordt voortgezet met een rolzitting gepland op 8 maart 2005 voor het nemen van een conclusie van antwoord door Zaza.
Uitkomst: De incidentele vordering van Zaza wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie en het faillissement van HB.