ECLI:NL:RBZLY:2005:AS5830
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toetsing rechtmatigheid verlenging inverzekeringstelling zonder dringende noodzaak
Op 5 februari 2005 werd eiser, een Bijzonder Opsporingsambtenaar, aangehouden wegens verdenking van zware mishandeling in vereniging na een incident met een zwartrijder. De inverzekeringstelling werd aanvankelijk voor drie dagen opgelegd. Op 9 februari 2005 werd de inverzekeringstelling verlengd door de hulpofficier van justitie, ondanks afwijzing van de bewaring door de rechter-commissaris.
De Staat voerde aan dat verlenging noodzakelijk was wegens collusiegevaar, omdat twee getuigen nog gehoord moesten worden. De voorzieningenrechter vond dit onvoldoende onderbouwd: één getuige was niet bij het incident aanwezig en kon slechts een algemene verklaring afleggen, de andere getuige was onbekend bij eiser. Bovendien had de OvJ tijdens de eerste inverzekeringstelling geen beperkingen opgelegd, wat wijst op afwezigheid van collusiegevaar.
De rechter-commissaris had ook geen gronden gezien voor bewaring, zoals vluchtgevaar of ernstig misdrijfrisico. Het belang van de OvJ bij verlenging in afwachting van een appèl werd niet als dringende noodzaak erkend. Gezien het grote persoonlijke belang van eiser om niet langer dan strikt noodzakelijk vrijheidsberoving te ondergaan, oordeelde de voorzieningenrechter dat de verlenging onrechtmatig was en veroordeelde de Staat tot onmiddellijke invrijheidstelling en vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De verlenging van de inverzekeringstelling is onrechtmatig en eiser wordt onmiddellijk in vrijheid gesteld.