ECLI:NL:RBZLY:2004:AR3130
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid ziekenhuis voor endophthalmitis na oogoperatie door ontbrekend operatieverslag en omkering bewijslast
In deze zaak vordert de vader van een patiënt, [B], namens zijn zoon vergoeding van schade wegens een ernstige oogcomplicatie na een strabismusoperatie in het Jeroen Bosch Ziekenhuis. De operatie vond plaats op 5 maart 1997 en werd uitgevoerd door dr. [C]. Kort daarna ontstond een ernstige ontsteking (endophthalmitis) aan het rechteroog, waarvoor spoedoperatie en behandeling in Nijmegen volgden. Het rechteroog is sindsdien blind.
De eiser stelt dat de operatie niet volgens de professionele standaard is uitgevoerd, met name door een perforatie van de oogbol die tot de infectie leidde, onvoldoende voorzorgsmaatregelen, schending van de informed consent-plicht en onvoldoende nazorg. De stichting betwist tekortkoming en aansprakelijkheid en voert aan dat de operatie lege artis was, dat de perforatie mogelijk pas na de operatie ontstond en dat de kans op complicaties zeer gering was.
De rechtbank constateert dat een gedetailleerd operatieverslag ontbreekt, waardoor de stichting niet aan haar dossierplicht heeft voldaan. Dit leidt tot omkering van de bewijslast: de stichting moet aantonen dat tijdens de operatie geen perforatie is ontstaan. Daarnaast wordt vastgesteld dat de endophthalmitis vrijwel altijd veroorzaakt wordt door een perforatie. De rechtbank laat de stichting toe bewijs te leveren, maar als dat niet lukt, is sprake van een beroepsfout en aansprakelijkheid.
De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering en verdere beslissing. De rechtbank wijst erop dat immateriële en materiële schade aannemelijk is en dat de stichting onvoldoende heeft gemotiveerd dat er geen causaal verband is tussen de operatie en de schade.
Uitkomst: De rechtbank keert de bewijslast om wegens ontbreken operatieverslag en houdt de zaak aan voor bewijslevering door de stichting.