ECLI:NL:RBUTR:2012:BY7138
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens bewezen mensenhandel
De rechtbank Utrecht heeft op 21 december 2012 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een verdachte die is veroordeeld voor mensenhandel. De rechtbank baseert zich op het bewezen verklaarde feit dat verdachte gedurende circa twee jaar een kwetsbaar meisje heeft gedwongen tot prostitutie en het verdiende geld heeft toegeëigend.
De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel tot een maximumbedrag van €187.356. De rechtbank stelde het voordeel vast op €171.200 aan opbrengsten minus €30.408 aan kosten, wat resulteert in een bedrag van €140.792. Kostenposten betroffen onder meer kamerhuur, condooms, hotelovernachtingen en reiskosten.
De rechtbank corrigeerde enkele aannames uit het rapport, zoals het aantal reiskosten en de noodzakelijkheid van hotelovernachtingen. De verdediging voerde aan dat niet was vastgesteld waar het geld was gebleven, maar dit werd verworpen. De rechtbank legde de verplichting tot betaling van het bedrag aan de Staat op, onder aftrek van reeds toegekende materiële schadevergoedingen aan het slachtoffer.
De beslissing werd genomen in aanwezigheid van de voorzitter en twee rechters, en de verdachte was gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Utrecht. De vordering van de officier van justitie werd voor het overige afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling van €140.792 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit mensenhandel.