ECLI:NL:RBUTR:2012:BY1496
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verhuurdersrecht op buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst na sluiting woning op grond van Opiumwet
De burgemeester sloot de woning van de huurder op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de vondst van 24,78 kilogram henneptoppen. De verhuurder ontbond daarop de huurovereenkomst buitengerechtelijk. De huurder, een 82-jarige vrouw met gezondheidsproblemen, stelde zich op het standpunt dat deze ontbinding onredelijk was.
De kantonrechter overwoog dat hoewel de wet buitengerechtelijke ontbinding toestaat na een sluitingsbesluit, dit recht begrensd wordt door redelijkheid en billijkheid. De huurder was niet betrokken bij de drugshandel; de verboden activiteiten werden gepleegd door haar meerderjarige kleinzoon, die op het moment van de vondst niet in de woning verbleef.
Gezien de omstandigheden, waaronder de gezondheid van de huurder, haar langdurig huurderschap en het ontbreken van aanwijzingen dat zij bewust het risico nam, achtte de kantonrechter de buitengerechtelijke ontbinding onaanvaardbaar. De vordering van de verhuurder tot ontbinding en ontruiming werd afgewezen en de verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst is onaanvaardbaar en de vordering tot ontruiming wordt afgewezen.