ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3480
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot terugbetaling geldlening wegens ongeloofwaardige betwistingen gedaagde
Tussen eiseres en gedaagde bestond een affectieve relatie zonder samenwoning. Eiseres vorderde terugbetaling van diverse bedragen die zij aan gedaagde had geleend, totaal €40.067,68, vermeerderd met rente en kosten. Gedaagde betwistte de geldleningsovereenkomst en stelde dat de betalingen schenkingen waren, maar zijn verweren werden door de rechtbank als ongeloofwaardig verworpen.
De rechtbank baseerde haar oordeel onder meer op een door beide partijen ondertekende overeenkomst en een overzicht van betalingen met handtekening van gedaagde. Gedaagde werd meerdere malen door de rechtbank beticht van leugenachtigheid, onder meer over zijn vermeende werk bij een accountantskantoor, het bezit van een auto en een schadevergoeding van het Openbaar Ministerie.
De rechtbank oordeelde dat de betalingen vanaf april 2009 tot juli 2010 als geldleningen moeten worden beschouwd en wees de vordering van eiseres toe. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 7 augustus 2010. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en ontheven van het verstekvonnis. De buitengerechtelijke kosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €40.067,68 met wettelijke rente vanaf 7 augustus 2010 en in de proceskosten.