ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3327
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen omzetting taakstraf in gevangenisstraf ongegrond verklaard
De veroordeelde was veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis. Vanwege medische beperkingen startte hij niet tijdig met de werkstraf, waarop de officier van justitie de termijn verlengde tot 11 maart 2012. De reclassering meldde echter dat de veroordeelde ondanks lichte werkzaamheden die haalbaar waren, niet was gestart met de werkstraf. De officier van justitie besloot daarop de werkstraf om te zetten in gevangenisstraf.
De veroordeelde maakte bezwaar tegen deze omzetting, stellende dat zijn ziekte hem verhinderde de werkstraf uit te voeren. Tijdens de zitting benadrukte zijn raadsman de slechte gezondheid van de veroordeelde en verzocht om verlenging van de termijn. De rechtbank oordeelde echter dat de veroordeelde in de periode wel in staat was tot diverse activiteiten zoals verhuizen, reizen en het exploiteren van een eigen bedrijf. Daarnaast had hij in totaal zeventien maanden de tijd gehad om de werkstraf te voltooien, waarvan slechts dertig dagen ziekenhuisopname waren geregistreerd.
De rechtbank concludeerde dat het niet starten met de werkstraf grotendeels aan de veroordeelde zelf te wijten was en dat onvoldoende is aangetoond dat hij de lichte werkzaamheden niet kon verrichten. Het bezwaarschrift werd daarom ongegrond verklaard. De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht op 10 mei 2012.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de omzetting van de werkstraf in gevangenisstraf is ongegrond verklaard.