ECLI:NL:RBUTR:2012:BW9405
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak witwassen en veroordeling voor bezit cocaïne in Utrecht
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die op 24 augustus 2011 werd betrapt met 93,38 gram cocaïne en een geldbedrag van circa 1.825 euro. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het witwassen en veroordeling voor het bezit van cocaïne. Verdachte bekende het bezit van cocaïne, maar ontkende het witwassen van geld. De rechtbank achtte het bezit van cocaïne wettig en overtuigend bewezen op basis van de bekennende verklaring, het proces-verbaal van de doorzoeking en het NFI-rapport. Het witwassen van geld kon niet worden bewezen, omdat het geld afkomstig was uit legitieme bron.
De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar was voor het bezit van cocaïne, een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet. Gezien de ernst van het feit en de hoeveelheid cocaïne legde de rechtbank een gevangenisstraf van negentig dagen op, met aftrek van de honderd dagen voorlopige hechtenis die verdachte al had doorgebracht. Hierdoor hoeft verdachte niet opnieuw in vrijheid te worden beperkt. Daarnaast werd verdachte vrijgesproken van het witwassen en werd het in beslag genomen geld teruggegeven.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer onder voorzitterschap van mr. D.A.C. Koster en de rechters mr. R.P. den Otter en mr. P.P.C.M. Waarts op 7 juni 2012. De verdediging stemde in met de strafvordering van de officier van justitie. De rechtbank hield rekening met de verslavende en schadelijke aard van cocaïne en de maatschappelijke gevolgen van het gebruik ervan bij de strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot 90 dagen gevangenisstraf voor bezit cocaïne en vrijgesproken van witwassen.