ECLI:NL:RBUTR:2012:BW1756
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen aandeelhouders wegens renteloze lening en ongerechtvaardigde verrijking
In deze zaak vorderden aandeelhouders van Baan, samengebracht onder Value8 c.s., een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens een renteloze lening die Invensys aan Baan verstrekte. Zij stelden dat hierdoor sprake was van ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatig handelen jegens hen. De lening was onderdeel van een koopovereenkomst waarbij Invensys Baan overnam, met een correctiemechanisme dat de liquidatie-uitkering aan aandeelhouders op € 2,85 per aandeel stelde.
De rechtbank oordeelde dat Baan als vennootschap niet meer bestond na de slotuitkering in augustus 2011 en dat de dagvaarding tijdig was betekend. Hierdoor waren de vorderingen tegen Baan niet-ontvankelijk. Ten aanzien van Invensys c.s. stelde de rechtbank vast dat Value8 c.s. niet gerechtigd waren tot de vorderingsrechten omdat zij ten tijde van de vermeende gedragingen nog geen aandeelhouders waren en geen rechten hadden overgedragen gekregen.
Ook het verweer dat het correctiemechanisme de uitkering begrensde, werd niet inhoudelijk beoordeeld omdat de vorderingen om andere redenen faalden. De rechtbank wees de vorderingen af en veroordeelde Value8 c.s. in de proceskosten. Dit vonnis is gewezen door drie rechters en op 28 maart 2012 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van aandeelhouders af en veroordeelt hen in de proceskosten.