ECLI:NL:RBUTR:2012:BW0599
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering vennoot tot uitbetaling resterend winstdeel na uittreding uit vennootschap onder firma
Eiseres was vennoot in een vennootschap onder firma (vof) samen met gedaagde sub 2. Over 2009 werd een winst van €164.170 vastgesteld, waarvan ieder vennoot recht had op de helft. Eiseres ontving tijdens het jaar via privéonttrekkingen al €72.445, wat als voorschot op haar winst werd gezien. Het resterende winstdeel van €9.640 werd aan het vof-vermogen toegevoegd.
Na haar uittreding per 1 januari 2010 werd de vof ontbonden en voortgezet door gedaagde sub 2 en zijn broer in een nieuwe vof. Eiseres vorderde betaling van het resterende winstdeel, stellende dat zij dit nooit had ontvangen. De rechtbank oordeelde dat de jaarrekening 2009, die door eiseres was ondertekend en waarop de privéonttrekkingen waren vermeld, juist was en dat eiseres onvoldoende concrete onderbouwing gaf voor haar stelling dat zij geen privéonttrekkingen had gedaan.
De rechtbank concludeerde dat eiseres een groot deel van haar winst al had ontvangen en het resterende deel terecht aan het vof-vermogen was toegevoegd. De vordering werd afgewezen. De vereffening en verdeling van het vof-vermogen na ontbinding moet nog plaatsvinden, waarna eventueel een vordering tegen gedaagde sub 2 kan worden beoordeeld, maar die vordering was niet ingesteld. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot betaling van het resterende winstdeel over 2009 wordt afgewezen omdat eiseres dit deel niet heeft ontvangen vanwege toevoeging aan het vof-vermogen en reeds ontvangen privéonttrekkingen.