ECLI:NL:RBUTR:2011:BV6235
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A.C. Koster
- Z.J. Oosting
- P. Wagenmakers
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving, afpersing en diefstal te Amersfoort
De rechtbank Utrecht heeft op 1 april 2011 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die samen met anderen werd verdacht van het wederrechtelijk beroven van de vrijheid, afpersing en diefstal van een slachtoffer te Amersfoort op 26 december 2010.
Uit het bewijs, waaronder verklaringen van het slachtoffer en medeverdachten, bleek dat verdachte en zijn mededaders het slachtoffer onder bedreiging met een mes hebben vastgehouden, geslagen en gedwongen tot afgifte van geld, bankpas, pincode, rijbewijs, mobiele telefoon en autosleutels. De feiten zijn wettig en overtuigend bewezen verklaard als medeplegen van deze strafbare feiten.
De rechtbank oordeelde dat het plan om het slachtoffer te beroven was bedacht nadat een afspraak was gemaakt en sprak verdachte vrij van het onder valse voorwendselen lokken. Verdachte werd veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden waaronder meldingsplicht bij de reclassering.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van € 427,37 aan het slachtoffer als schadevergoeding voor materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, het gebruik van geweld, de persoon van verdachte en het reclasseringsadvies bij de strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, en betaling van € 427,37 schadevergoeding voor medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, afpersing en diefstal.