ECLI:NL:RBUTR:2011:BV2188
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging woninginbraak en heling tot gevangenisstraf en werkstraf
Op 2 juni 2011 werd verdachte samen met een medeverdachte aangehouden na een poging tot inbraak in een woning te Vleuten. De politie kreeg een melding van breekgeluiden en zag twee personen in de achtertuin van de woning. Verdachte droeg zwarte handschoenen en werd later aangehouden nadat hij zich had verstopt in een coniferenhaag. De medeverdachte droeg witte handschoenen, die later werden gevonden op de plaats delict samen met breekvoorwerpen.
De verklaring van een anonieme getuige, die zicht had op de achtertuin en de verdachten zag, werd als bewijs aanvaard ondanks het verweer van de verdediging dat dit niet mocht vanwege het ontbreken van de vereiste criteria voor anoniem getuigen. De rechtbank oordeelde dat de identiteit van de getuige bij de verdediging bekend was en dat afstand was gedaan van het ondervragingsrecht, waardoor de verklaring gebruikt mocht worden.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander heeft geprobeerd in te breken in de woning door middel van braak en inklimming, met het oogmerk om goederen weg te nemen. Verdachte gaf geen verklaring voor zijn aanwezigheid in de tuin midden in de nacht.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, het recidiverisico van verdachte, die eerder soortgelijke feiten had gepleegd, en zijn licht verstandelijke beperking. De opgelegde straf bestaat uit 80 dagen gevangenisstraf waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, een werkstraf van 60 uur, en bijzondere voorwaarden waaronder verplicht reclasseringscontact. Het contactverbod met de medeverdachte werd niet opgelegd. De zwarte handschoenen werden verbeurd verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 80 dagen gevangenisstraf waarvan 30 dagen voorwaardelijk en een werkstraf van 60 uur met bijzondere voorwaarden.