ECLI:NL:RBUTR:2011:BU9895
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot goedkeuring van onderhandse verkoop van appartementsrecht afgewezen wegens hoger bod
Verzoekster, ABN AMRO BANK N.V., verzocht de voorzieningenrechter om goedkeuring van de onderhandse verkoop van een appartementsrecht dat als onderpand diende voor verstrekte geldleningen aan verweerster. De waarde van het registergoed was getaxeerd op € 585.000 marktwaarde en € 435.000 executiewaarde.
Verweerster was in gebreke gebleven met het voldoen van haar verplichtingen uit hoofde van de geldleningen, waarop verzoekster het registergoed wilde verkopen. Ter zitting werd echter een substantieel hoger bod van € 610.000 gedaan, wat hoger was dan zowel de markt- als executiewaarde.
De voorzieningenrechter overwoog dat bij een openbare verkoop geen hogere opbrengst te verwachten was dan het geboden bedrag. Daarom werd het verzoek tot goedkeuring van de onderhandse verkoop afgewezen. De beschikking bepaalde dat de verkoop onderhands zou geschieden conform de goedgekeurde koopovereenkomst, met levering binnen de gestelde termijn.
Uitkomst: De rechtbank keurde de onderhandse verkoop van het appartementsrecht goed vanwege het hogere bod, waardoor openbare verkoop niet nodig was.