ECLI:NL:RBUTR:2011:BU7163
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij valsheid in identiteitsbewijzen en hennepteelt
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere feiten waaronder het gebruik van valse identiteitsbewijzen, hennepteelt, diefstal van elektriciteit en het manipuleren van elektrische installaties in verschillende perioden en locaties. De officier van justitie baseerde haar vordering op herkenningen door een wijkagent en de vreemdelingenpolitie, verklaringen van verhuurmakelaars en aangiftes van energiebedrijven.
De verdediging voerde aan dat niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld dat verdachte de persoon was op de foto’s van de valse identiteitsbewijzen en dat de herkenningen onvoldoende onderbouwd waren. Ook werd gesteld dat het feit dat de documenten in het appartementencomplex van verdachte werden gevonden, niet voldoende bewijs vormde, mede omdat de buurvrouw verdachte niet herkende op de foto’s.
De rechtbank oordeelde dat de herkenningen van verdachte door de verbalisant en de vreemdelingenpolitie niet toetsbaar waren omdat zij niet waren onderbouwd met specifieke kenmerken. Ook ontbraken aanknopingspunten in het dossier die de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten konden bevestigen. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle feiten wegens onvoldoende bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.