ECLI:NL:RBUTR:2011:BS1505
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aandelenleaseovereenkomst: zorgplicht bank en schadeverdeling restschuld
Eisers sloten in 2000 via tussenpersoon Gelink vijf aandelenleaseovereenkomsten met Levob, waarbij zij een lening aangingen voor aankoop van aandelen met een looptijd van vijf jaar. Na afloop ontstond een restschuld van ruim EUR 12.000 die eisers niet betaalden. Eisers stelden dat Levob onrechtmatig handelde door onvoldoende te waarschuwen voor het risico van een restschuld en onvoldoende onderzoek te doen naar hun financiële positie.
De rechtbank oordeelde dat Levob inderdaad tekort was geschoten in haar zorgplicht. De waarschuwing voor het restschuldrisico was onvoldoende specifiek en het onderzoek naar de inkomens- en vermogenspositie van eisers was beperkt en onvolledig. Hierdoor was sprake van een onrechtmatige daad. Er was een causaal verband tussen deze tekortkomingen en het sluiten van de overeenkomsten.
Echter, de rechtbank stelde vast dat de financiële last voor eisers niet onaanvaardbaar zwaar was volgens het door het hof Amsterdam geformuleerde beoordelingskader. Daarom kwam de betaalde rente niet voor vergoeding in aanmerking. De restschuld werd verdeeld waarbij twee derde voor rekening van Levob bleef en een derde voor eisers, gelet op eigen schuld wegens onvoldoende inspanning om risico’s te begrijpen.
De vorderingen van eisers tot schadevergoeding werden grotendeels afgewezen, maar de verklaring voor recht dat Levob onrechtmatig handelde werd toegewezen. Eisers werden veroordeeld tot betaling van een deel van de restschuld met rente en proceskosten. De vordering tot doorhaling van de BKR-registratie werd afgewezen wegens eigen schuld en onvoldoende reden.
Uitkomst: Levob is onrechtmatig jegens eisers, restschuld wordt verdeeld 2/3 voor Levob en 1/3 voor eisers, rente en proceskosten worden toegewezen.