ECLI:NL:RBUTR:2011:BR5523
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verwijdering zendmast wegens bescherming vrijheid van meningsuiting
De Woningbouwvereniging vorderde dat de huurder de zendmast op zijn gehuurde woning zou verwijderen, omdat deze zonder schriftelijke toestemming was geplaatst en in strijd zou zijn met het beleid van de vereniging. De huurder voerde aan dat het een antennemast betreft die hij sinds 2001 gebruikt voor zijn radioamateuractiviteiten en dat hij mondeling toestemming had gekregen.
De rechtbank oordeelde dat de vordering niet kon worden toegewezen omdat de mast al in 2001 was geplaatst en de schriftelijke toestemmingsvereiste uit artikel 7:215 BW Pro niet van toepassing is op lopende huurovereenkomsten. Daarnaast beschermt artikel 10 EVRM Pro het recht op vrijheid van meningsuiting, waaronder het gebruik van de antennemast valt.
De kantonrechter vond dat de woningbouwvereniging misbruik maakte van haar bevoegdheid door pas acht jaar na plaatsing bezwaar te maken. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de mast een ontsierend effect heeft of dat er een legitiem belang is dat een inbreuk op het recht op vrije informatiegaring rechtvaardigt. De vordering tot verwijdering en de dwangsommen werden afgewezen, evenals het verbod op toekomstige plaatsing zonder toestemming. De woningbouwvereniging werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van de zendmast wordt afgewezen en de woningbouwvereniging wordt veroordeeld in de proceskosten.