ECLI:NL:RBUTR:2011:BR4057

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
7 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16-710459-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a SrArt. 63 SrArt. 77a SrArt. 77gg SrArt. 300 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak met schuldigverklaring zonder strafoplegging voor meervoudige mishandeling minderjarige

De rechtbank Utrecht behandelde een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van meervoudige mishandeling van een minderjarige aangeefster in de periode van oktober tot en met december 2006. De mishandelingen bestonden uit meerdere keren slaan en schoppen, waarbij de aangeefster pijn heeft ondervonden. Zowel de aangeefster als verdachte waren destijds minderjarig.

Tijdens de zittingen gaf de officier van justitie aan dat het bewijs voldoende was om de mishandelingen wettig en overtuigend bewezen te verklaren. De verdediging pleitte primair voor vrijspraak, maar kon zich subsidiair vinden in de bewezenverklaring. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte de mishandelingen heeft gepleegd, maar verklaarde verdachte vrij van wat meer of anders ten laste was gelegd.

Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de aard en ernst van het feit, de minderjarigheid van partijen ten tijde van de feiten, het tijdsverloop sinds de feiten en het ontbreken van eerdere veroordelingen. Gezien deze omstandigheden vond de rechtbank dat het opleggen van een straf of maatregel geen redelijk doel meer dient en legde daarom geen straf op, maar sprak verdachte wel schuldig.

De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer met kinderrechter op 7 juli 2011. De rechtbank verklaarde verdachte schuldig aan meervoudige mishandeling, maar legde geen straf of maatregel op.

Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard voor meervoudige mishandeling, maar er wordt geen straf of maatregel opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector strafrecht
parketnummer: 16/710459-08 (P)
vonnis van de meervoudige kamer d.d. 7 juli 2011
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [1989] te [geboorteplaats]
zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats in Nederland
raadsman mr. M.J. Lamers, advocaat te Utrecht
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is behandeld op de terechtzitting van 10 december 2010 zonder dat was voldaan aan de formaliteiten die behoren bij het strafprocesrecht voor minderjarigen. Ter terechtzitting van 10 december 2010 heeft de rechtbank deze zaak, te weten feit 2 van parketnummer 16/710459-08 afgesplitst van feit 1 van parketnummer 16/710459-08, het onderzoek in deze zaak geschorst voor onbepaalde tijd en de zaak verwezen naar de meervoudige strafkamer waarin de kinderrechter zitting heeft teneinde de zaak met inachtneming van genoemde formaliteiten te behandelen. De zaak is voorts inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 23 juni 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte in de periode van 1 oktober 2006 tot en met 10 december 2006 te Nieuwegein meermalen [aangever 1] heeft mishandeld.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
4.1. Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, hetgeen gekwalificeerd dient te worden als mishandeling, meermalen gepleegd.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting d.d. 10 december 2010 aangegeven dat de tenlastelegging ziet op de mishandeling die plaatsvond in de herfstvakantie in 2006 op de dijk in Nieuwegein, op de mishandelingen die door de buren van aangeefster zijn waargenomen in de periode van oktober tot december 2006 en op de mishandeling die plaatsvond op 10 december 2006, de dag waarop de verkering tussen aangeefster en verdachte uitging.
4.2. Standpunt van de verdediging
Namens de verdachte is primair vrijspraak bepleit. De incidenten waarop het feit in de visie van de officier van justitie gebaseerd is, zijn niet aan een tijd en een plaats te koppelen.
Subsidiair heeft de raadsman aangegeven zich te kunnen vinden in hetgeen de officier van justitie heeft betoogd.
4.3. Het oordeel van de rechtbank
Aangeefster heeft verklaard dat zij in de periode dat zij verkering had met de verdachte (half 2005 tot eind 2006) door hem is geslagen en geschopt. Nadat de verdachte haar geslagen of geschopt had, had zij pijn van die klappen en trappen . Ter terechtzitting d.d. 10 december 2010 heeft de verdachte verklaard dat hij [aangever 1] wel eens heeft geslagen en geschopt .
Mishandeling in de herfstvakantie van 2006, op de dijk in Nieuwegein.
Aangeefster heeft verklaard dat de verdachte haar in de herfstvakantie van 2006 op de dijk in Nieuwegein een harde schop tegen haar kont gaf . De verdachte heeft verklaard dat hij die dag boos was en dat het kan kloppen dat hij aangeefster op de dijk een trap heeft gegeven .
Mishandeling door de buren waargenomen in de periode oktober tot december 2006.
Uit de verklaring van aangeefster blijkt dat de verdachte haar in de periode van oktober 2006 tot 10 december 2006 ook buiten in de buurt van haar ouderlijk huis in Nieuwegein heeft geslagen . Een buurvrouw heeft enkele weken voor de dag van de beëindiging van de relatie (lees 10 december 2006) tegen de moeder van aangeefster gezegd gezien te hebben dat aangeefster op straat klappen van de verdachte had gekregen .
Mishandeling op de dag waarop de verkering tussen aangeefster en de verdachte uitging.
Uit de verklaring van aangeefster blijkt dat de verdachte haar op 10 december 2006 een harde schop tegen haar lijf heeft gegeven. De vader van aangeefster was zo boos dat hij de verdachte achterna is gerend . De verdachte heeft over dit incident verklaard dat de achtervolging door de vader de reden was om de verkering uit te maken. Hij verklaart aangeefster die dag een schopje te hebben gegeven .
4.4. De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2006 tot en met 10 december 2006 te Nieuwegein opzettelijk heeft mishandeld [aangever 1], immers heeft hij, verdachte,
- meermalen geschopt/getrapt tegen het lichaam van die [aangever 1] en
- meermalen geslagen tegen het lichaam van die [aangever 1],
waardoor voornoemde [aangever 1] pijn heeft ondervonden;
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
5.1. De strafbaarheid van het feit
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:
mishandeling, meermalen gepleegd.
5.2. De strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
6.1. De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte schuldig te verklaren zonder aan hem een straf of maatregel op te leggen. Daarbij overweegt de officier van justitie dat het gaat om incidenten uit 2006, ten tijde waarvan zowel de verdachte als aangeefster minderjarig waren.
6.2. Het standpunt van de verdediging
De verdediging kan zich, indien het feit bewezen wordt verklaard, vinden in de vordering van de officier van justitie.
6.3. Het oordeel van de rechtbank
Bij de beantwoording van de vraag of aan verdachte een straf moet worden opgelegd en zo ja, welke, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte.
In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich gedurende zijn relatie met aangeefster meermalen schuldig gemaakt aan mishandeling, waarbij hij aangeefster heeft geslagen en geschopt. Door zijn handelen heeft de verdachte pijn veroorzaakt bij aangeefster.
De rechtbank houdt er verder rekening mee dat verdachte niet eerder voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld. Voorts neemt de rechtbank het tijdsverloop sinds het bewezen verklaarde feit in ogenschouw. De bewezen verklaarde incidenten hebben in de periode van oktober 2006 tot 10 december 2006 plaatsgevonden, waarbij geldt dat zowel de verdachte als aangeefster destijds minderjarig waren.
Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van straf - al dan niet in voorwaardelijke vorm - thans geen redelijk doel meer dient. De rechtbank zal de verdachte daarom schuldig verklaren zonder oplegging van straf of maatregel.
7. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9a, 63, 77a, 77gg en 300 van het Wetboek van Strafrecht.
8. De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
mishandeling, meermalen gepleegd;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- bepaalt dat aan verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.G. van Doorn, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. D.A.C. Koster en mr. P.L.C.M. Ficq, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Verspaget-Kruyt, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 7 juli 2011.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.