ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ6655
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag en beperkte inkomensschade
De zaak betreft een geschil over schadevergoeding na kennelijk onredelijk ontslag van eiser bij zijn voormalige werkgever. Eiser heeft een akte ingediend met loonstroken van zijn nieuwe werkgever en betwist de relevantie van de nieuwe werkkring voor de schadebepaling.
De kantonrechter wijst erop dat de loonvordering reeds definitief is afgewezen en dat latere omstandigheden ook relevant zijn voor de schadevaststelling. De schade is lastig te bepalen vanwege factoren als economische situatie, leeftijd en sollicitatievaardigheid, maar is in dit geval beperkt omdat eiser snel nieuw werk vond en WW-uitkering ontving.
Eiser zit in zijn derde verlengde arbeidsovereenkomst bij de nieuwe werkgever, maar heeft geen bewijs geleverd dat voortzetting niet te verwachten is. De kantonrechter houdt rekening met een lichte loonsverlaging en verslechterde secundaire arbeidsvoorwaarden bij de nieuwe werkgever. Pensioenschade is niet aangevoerd.
Gezien de ernst van het ontslag wordt de werkgever veroordeeld tot aanvulling van loon en secundaire arbeidsvoorwaarden tot 100% gedurende twee jaar, met een totale bruto schadevergoeding van €8.500,- plus wettelijke rente vanaf 1 augustus 2009. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van €8.500,- bruto schadevergoeding met wettelijke rente wegens kennelijk onredelijk ontslag.