ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ4882
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging en proeftijdverlenging na niet-naleving bijzondere voorwaarde
De rechtbank Utrecht behandelde op 22 april 2011 de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De bijzondere voorwaarde hield in dat de veroordeelde zich moest houden aan voorschriften van Centrum Maliebaan, waaronder urinecontroles.
Uit rapportage van Centrum Maliebaan bleek dat de veroordeelde zich meerdere malen niet aan de meldplicht had gehouden en niet was verschenen voor urinecontroles, wat een schending van de bijzondere voorwaarde betekent. De officier van justitie vorderde daarom de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van de straf.
De raadsman van de veroordeelde gaf aan dat de veroordeelde inmiddels tweewekelijks wordt begeleid door reclasseringsinstelling GAVO en zich daar aan de afspraken houdt. De rechtbank achtte een nadere rapportage van GAVO niet noodzakelijk, maar hield rekening met de positieve ontwikkeling van de veroordeelde.
De rechtbank besloot de vordering tot tenuitvoerlegging gedeeltelijk toe te wijzen door twee maanden van de voorwaardelijke gevangenisstraf daadwerkelijk uit te voeren. Voor het overige werd de proeftijd met één jaar verlengd, waarmee de veroordeelde een nieuwe kans krijgt om zich aan de voorwaarden te houden.
Uitkomst: De rechtbank gelast gedeeltelijke tenuitvoerlegging van twee maanden gevangenisstraf en verlengt de proeftijd met één jaar.