ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ0893
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke plaatsing stelselmatige dader
De rechtbank Utrecht behandelde op 11 februari 2011 de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke maatregel opgelegd bij vonnis van 22 november 2010. De maatregel betrof een voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar, met bijzondere voorwaarden waaronder het onderhouden van contact met de reclassering en het ondergaan van urinecontroles.
Uit de terugmelding van de reclassering bleek dat de veroordeelde gedurende de proeftijd geen contact had onderhouden en niet bereikbaar was, wat in beginsel aanleiding gaf tot toewijzing van de vordering. De veroordeelde stelde echter dat hij wel had geprobeerd contact te zoeken, maar dit niet lukte door miscommunicatie en niet door opzet.
Na het leggen van contact op 3 februari 2011 en het verschijnen op een afspraak op 7 februari 2011, gaf de officier van justitie aan de veroordeelde een allerlaatste kans te willen bieden. De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde zijn verantwoordelijkheid onvoldoende serieus had genomen, maar nu gemotiveerd leek mee te werken. Daarom werd besloten de vordering af te wijzen, met de waarschuwing dat dit een laatste kans betrof om aan de voorwaarden te voldoen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af en geeft de veroordeelde een allerlaatste kans om aan de voorwaarden te voldoen.