ECLI:NL:RBUTR:2011:BP5396
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens ernstige overlast en gezagsproblemen
De minderjarige is in verzekering gesteld op verdenking van betrokkenheid bij een woninginbraak en staat bekend als lid van een groep die ernstige overlast veroorzaakt in zijn woonwijk. De moeder van de minderjarige is acht jaar geleden overleden en hij woont bij zijn vader, die momenteel wegens hartproblemen in het ziekenhuis verblijft en daardoor niet beschikbaar is voor opvoeding. Het gezin is bekend met huiselijk geweld en de minderjarige accepteert geen gezag van zijn vader.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht de minderjarige onder toezicht te stellen van Stichting Bureau Jeugdzorg voor de duur van 12 maanden, met een dringende voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor maximaal drie maanden. De kinderrechter oordeelt dat uithuisplaatsing dringend en onverwijld noodzakelijk is vanwege het lopende onderzoek en de situatie thuis.
Daarom verleent de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing met ingang van 21 februari 2011 voor de duur van vier weken, uitvoerbaar bij voorraad. Het verhoor van belanghebbenden wordt aangehouden tot de zitting op 4 maart 2011, omdat afwachten van het verhoor ernstig gevaar voor de minderjarige zou opleveren.
Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor vier weken wegens dringende noodzaak.