ECLI:NL:RBUTR:2011:BP2595
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onredelijk bezwarend beding bij tussentijdse beëindiging contract kleine ondernemer
In deze zaak stond de redelijkheid van een contractueel beding centraal waarin bij tussentijdse beëindiging door de klant een vergoeding van 60% van de resterende maandtermijnen aan Proximedia verschuldigd zou zijn. De eiseres, een kleine ondernemer die materieel niet van een consument te onderscheiden is, stelde dat dit beding onredelijk bezwarend is en beroept zich op de reflexwerking van artikel 6:237 sub i BW Pro.
Proximedia bracht bewijs in, waaronder financiële gegevens en getuigenverklaringen, om aan te tonen dat de vergoeding redelijk zou zijn. De kantonrechter oordeelde echter dat Proximedia onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat 60% van de resterende termijnen een redelijke vergoeding vormde, mede omdat de kostprijsberekening ondoorgrondelijk was en vaste kosten onredelijk werden toegerekend.
De kantonrechter vernietigde daarom het beding voor zover het de vergoeding van 60% betrof en wees de vordering van Proximedia tot betaling van deze vergoeding af. Wel werd de vordering tot betaling van achterstallige termijnen tot de datum van opzegging toegewezen. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het beding voor vergoeding van 60% van resterende maandtermijnen bij tussentijdse beëindiging is onredelijk bezwarend en vernietigd; betaling van achterstallige termijnen is toegewezen.