ECLI:NL:RBUTR:2010:BR6209
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging brandstichting met voorwaardelijke werkstraf wegens zelfmoordpoging
Op 14 december 2008 zette verdachte twee gaspitten van haar gasfornuis open in haar flatwoning met de intentie zichzelf van het leven te beroven. Dit leidde tot een gevaarlijke situatie waarbij de brandweer een hoog explosief gasmengsel mat en het flatgebouw ontruimde. De officier van justitie stelde dat verdachte opzettelijk brand wilde stichten en de aanmerkelijke kans op een explosie aanvaardde.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had op brandstichting maar enkel zichzelf wilde vergassen door verstikking, en dat zij niet had nagedacht over de gevolgen. Ook wees zij op het feit dat verdachte haar zoontje elders had ondergebracht en dat er geen explosief gasmengsel werd gemeten bij binnenkomst van de brandweer.
De rechtbank oordeelde dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans op explosie en brand door het openzetten van de gaspitten, en dat sprake was van voorwaardelijk opzet. De poging tot brandstichting werd bewezen verklaard. Gelet op de persoonlijke omstandigheden, het blanco strafblad, het tijdsverloop en het feit dat verdachte haar leven weer op de rails heeft, legde de rechtbank een geheel voorwaardelijke werkstraf van 60 uur op met een proeftijd van één jaar.
De rechtbank sprak verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd en achtte reclasseringsbegeleiding niet noodzakelijk. De strafoplegging houdt rekening met de ernst van het delict en het gevaar voor anderen, waaronder brandweerlieden en omwonenden.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 60 uur wegens poging tot brandstichting met voorwaardelijk opzet.