ECLI:NL:RBUTR:2010:BO4294
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gezamenlijk ouderlijk gezag ondanks incident huiselijk geweld
De vader verzocht de rechtbank om gezamenlijk ouderlijk gezag over zijn twee minderjarige kinderen toe te wijzen, na beëindiging van zijn relatie met de moeder. De moeder verzette zich tegen dit verzoek vanwege een incident van huiselijk geweld waarbij de kinderen getuige waren en de moeder een traumatische ervaring opliep. De moeder kreeg op advies van haar therapeut geen rechtstreeks contact met de vader.
De rechtbank stelde vast dat het verzoek tot gezamenlijk gezag slechts kan worden afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders en dat hierin geen verbetering te verwachten valt. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende is gebleken dat deze gronden aanwezig zijn. Het advies van de therapeut betreft slechts de duur van de therapie en contact via derden, zoals een gezinsvoogd, is mogelijk.
De vader heeft verklaard het verblijf van de kinderen bij de moeder te respecteren en haar rol als eerstverzorgende ouder niet te dwarsbomen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde gezamenlijk gezag toe te wijzen, omdat dit in het belang van de kinderen is en de vader zijn taak serieus neemt. De rechtbank stelde een voorlopige omgangsregeling vast met begeleiding en hield de zaak pro forma aan tot 1 juli 2010 voor verdere afhandeling.
Uitkomst: De vader wordt gezamenlijk met de moeder belast met het ouderlijk gezag over de kinderen en een voorlopige omgangsregeling wordt vastgesteld.