ECLI:NL:RBUTR:2010:BO0835
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen van oplichting en witwassen bij hypothecaire lening
De rechtbank Utrecht heeft op 12 oktober 2010 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van oplichting, valsheid in geschrift en witwassen. Verdachte had met behulp van valse werkgeversverklaringen en loonstroken een hypothecaire lening verkregen bij een bank. De rechtbank oordeelde dat niet alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen konden worden, waardoor verdachte op sommige punten werd vrijgesproken.
De bewezenverklaring betrof medeplegen van witwassen van een bedrag van €40.076,64 en medeplegen van oplichting door de bank te misleiden met valse documenten. De rechtbank nam mee dat verdachte niet eerder was veroordeeld en dat de feiten ernstig waren, maar dat de strafbaarheid niet werd betwist. De rechtbank legde een werkstraf van 70 uur op, met een subsidiaire hechtenis van 35 dagen bij niet-nakoming.
De zaak werd inhoudelijk behandeld op 28 september 2010, waarbij zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten presenteerden. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte en zijn mededaders de bank met valse stukken hadden misleid om de lening te verkrijgen en dat het witwassen van gelden een ontwrichtende werking op het economische verkeer heeft. Verdachte werd vrijgesproken van valsheid in geschrift wegens onvoldoende bewijs van ondertekening van de documenten.
De rechtbank concludeerde dat verdachte medepleger was van witwassen en oplichting en veroordeelde hem dienovereenkomstig. De straf is relatief mild vanwege het ontbreken van eerdere veroordelingen en het feit dat verdachte niet werd veroordeeld voor alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 70 uur wegens medeplegen van oplichting en witwassen.