ECLI:NL:RBUTR:2010:BN6377
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.P. den Otter
- S. Wijna
- M.S. Koppert-ven Beek
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onjuiste aangifte inkomstenbelasting wegens niet opgegeven Duits tegoed
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van meerdere feiten, waaronder het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en inkomstenbelasting, het valselijk opmaken van documenten en het bezit van traangas.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en het bezit van traangas, omdat onvoldoende bewijs was dat leveringen vanuit Nederland plaatsvonden en omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte wist van het bezit van traangas. Ook werd de dagvaarding ten aanzien van het valselijk opmaken van documenten nietig verklaard wegens onvoldoende feitelijke omschrijving.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte in de periode van 2002 tot 2005 onjuiste aangiften inkomstenbelasting heeft gedaan door het niet opgeven van een Duits banktegoed, waardoor te weinig belasting werd geheven. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €5.000, waarbij rekening werd gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank benadrukte het belang van belastingafdracht voor de samenleving en nam mee dat verdachte eerder voor bedrijfsgerelateerde misdrijven was veroordeeld. De geldboete kan bij niet-betaling worden omgezet in 60 dagen vervangende hechtenis.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van €5.000 wegens het niet opgeven van een Duits banktegoed in de aangifte inkomstenbelasting.