ECLI:NL:RBUTR:2010:BN5608
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op redelijk loon bij voortijdige beëindiging bemiddelingsovereenkomst
In oktober 2008 sloten B&P Consultancy en Rabobank een mondelinge bemiddelingsovereenkomst voor het werven van kandidaten voor twee seniorfuncties. B&P Consultancy droeg kandidaten voor, waaronder de heer B en de heer X. Na salarisonderhandelingen trok B zich terug uit de sollicitatieprocedure, waarna B&P Consultancy de overeenkomst beëindigde en betaling van het volledige loon vorderde.
De rechtbank stelde vast dat de overeenkomst voortijdig eindigde voordat arbeidsovereenkomsten tot stand kwamen. Artikel 7:411 BW Pro is van toepassing, waarbij recht op het volle loon alleen bestaat indien het einde aan de opdrachtgever is toe te rekenen. De rechtbank concludeerde dat Rabobank niet tekortgeschoten is en dat het einde niet aan haar is toe te rekenen.
Wel heeft B&P Consultancy recht op een redelijk loon, dat de rechtbank vaststelde op basis van 20% van het bruto jaarsalaris van de kandidaten. Dit resulteerde in een bedrag van €6.879,33 exclusief BTW. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
De rechtbank veroordeelde Rabobank tot betaling van dit bedrag met wettelijke rente vanaf 11 januari 2009 en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Rabobank is veroordeeld tot betaling van een redelijk loon van €6.879,33 met wettelijke rente vanaf 11 januari 2009.