ECLI:NL:RBUTR:2010:BN4343
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit valse facturen en oplichting
De rechtbank Utrecht behandelde op 13 augustus 2010 een ontnemingszaak tegen de veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie, medeplegen van oplichting, valsheid in geschrift en witwassen. De zaak betrof het opmaken van valse facturen namens een klusbedrijf dat geen werkzaamheden verrichtte, met als doel geld uit bouwdepots te onttrekken.
Uit het bewijs, waaronder bankafschriften, facturen en verklaringen van de veroordeelde, bleek dat hij een wederrechtelijk verkregen voordeel had genoten van in totaal €61.307,50. De rechtbank mat het terug te betalen bedrag aan de staat op €7.757,50, rekening houdend met reeds terugbetaalde bedragen en een civiele veroordeling tot terugbetaling.
De verdediging voerde onder meer aan dat een deel van het voordeel niet aan de veroordeelde toekwam en dat er draagkrachtbezwaren bestonden, maar de rechtbank verwierp deze bezwaren. De ontnemingsmaatregel werd opgelegd zonder matiging vanwege draagkracht. De vordering van de officier van justitie werd voor het overige afgewezen.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €7.757,50 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.