ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1877
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtszaak over zuivere aanvaarding en verdeling nalatenschap met vordering tot vernietiging koopovereenkomst wegens misbruik van omstandigheden
In deze civiele erfrechtzaak vorderen partijen onder meer de verdeling van de nalatenschap van hun moeder, [E], en de vernietiging van een koopovereenkomst van onroerende zaken wegens vermeend misbruik van omstandigheden. De rechtbank stelt vast dat eiser door het verkopen van een appartement als 'heer en meester' over de nalatenschap heeft beschikt, waarmee hij zuivere aanvaarding heeft gedaan. Zijn stelling dat hij beneficiair zou hebben aanvaard wordt verworpen.
De vordering tot het afleggen van rekening en verantwoording door eiser over het financiële beheer van de nalatenschap wordt afgewezen, omdat niet is gebleken dat [E] geestelijk niet in staat was haar belangen te behartigen. De stellingen van psychische druk zijn onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelt ook dat de koopovereenkomst van 8 april 2003 niet vernietigbaar is wegens misbruik van omstandigheden, aangezien onvoldoende is aangetoond dat [E] niet in staat was haar wil te bepalen en dat de koopprijs onredelijk was.
Verder wordt vastgesteld dat de woning niet kan worden toegedeeld aan gedaagde sub 1 voor het door hem genoemde bedrag, en wordt een deskundige benoemd om de waarde van de woning te bepalen. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en aktewisselingen over financiële stellingen en bewijs. De verdeling van de nalatenschap kan pas plaatsvinden nadat de omvang daarvan is vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiser zuiver heeft aanvaard, wijst de vordering tot vernietiging van de koopovereenkomst af en wijst de vordering tot rekening en verantwoording af.