ECLI:NL:RBUTR:2010:BL6635
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte poging moord en brandstichting woning met zeven personen
Verdachte werd verdacht van poging tot moord en subsidiaire brandstichting in een woning waar zeven familieleden sliepen. De officier van justitie baseerde zich op het vinden van een jerrycan met benzine die verdachte had gekocht, vingerafdrukken op een vuilniszak, tapgesprekken en andere aanwijzingen.
De rechtbank erkende dat de brand met benzine uit de aangetroffen jerrycan was gesticht en dat verdachte deze jerrycan had aangeschaft. Ook achtte de rechtbank aannemelijk dat verdachte onwaarheden had verteld over zijn aanwezigheid in de buurt van de woning rond de brandtijd.
Echter, er ontbraken directe bewijzen dat verdachte daadwerkelijk kort voor of tijdens de brand op de plaats delict was of dat hij de brand heeft aangestoken. De verklaringen en tapgesprekken waren onvoldoende concreet en de gevonden sporen boden geen sluitend bewijs. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlasteleggingen. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij de brand heeft gesticht of aanwezig was op de plaats delict.