ECLI:NL:RBUTR:2010:BL5456
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over waardering en verdeling nalatenschap en zorgplicht executeur
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen erfgenamen over de waardering van een woning in Zwitserland en de afwikkeling van de nalatenschap van hun vader en moeder. De woning was in de successieaangifte van de moeder tegen een lagere waarde opgenomen dan door een erfgenaam werd gesteld. De rechtbank oordeelde dat erfgenamen onderling niet gebonden zijn aan de waarde in de successieaangifte en dat de werkelijke waarde door een deskundige moet worden vastgesteld.
Daarnaast vorderde eiser van de executeur, tevens erfgenaam, inzicht en verantwoording over het beheer van de effectenportefeuille en de liquidatie van het belastingadviesbureau. De executeur werd verweten onvoldoende zorgvuldig te hebben gehandeld en schade te hebben veroorzaakt door het niet tijdig verkopen van effecten. De rechtbank stelde dat de executeur de zorg van een goed executeur moest betrachten, maar niet zonder meer aansprakelijk is voor waardedalingen tenzij sprake is van onrechtmatig handelen. De rechtbank vond onvoldoende bewijs voor onzorgvuldig handelen.
Verder werd geoordeeld dat de executeur niet verplicht is om tussentijds rekening en verantwoording af te leggen, maar wel een informatieplicht heeft. De jaarlijks verstrekte overzichten voldeden aan deze plicht en er was geen verzoek om nadere informatie gedaan. De liquidatie van het belastingadviesbureau was correct uitgevoerd met storting van het batig saldo op de boedelrekening.
De rechtbank verwees de zaak naar de rol voor nadere vaststelling van de waarde van het appartement en verdere afwikkeling van de nalatenschap. Partijen werden aangemoedigd om in overleg tot overeenstemming te komen. Alle overige beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en bepaalt dat de waarde van het appartement door een deskundige moet worden vastgesteld.