ECLI:NL:RBUTR:2010:BL1508
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkheid en verjaring in asbestzaak tegen BAM als rechtsopvolger
In deze zaak vorderde de Sociale Verzekeringsbank (SVB) namens de erven van een overleden werknemer schadevergoeding van BAM, als rechtsopvolger van Demonte Bouw B.V., vanwege blootstelling aan asbest tijdens werkzaamheden in de jaren 1962-1963. De werknemer had mesothelioom gekregen, een ziekte die pas eind jaren zestig als gevolg van asbest werd erkend.
De rechtbank oordeelde dat BAM niet aansprakelijk kon worden gehouden omdat de blootstelling aan asbest beperkt was en in die tijd geen maatregelen hoefden te worden genomen. Bovendien was het algemene gevaar van asbestose wel bekend, maar het verband met mesothelioom nog niet. De vordering werd daarnaast afgewezen wegens verjaring, omdat meer dan dertig jaar waren verstreken tussen blootstelling en diagnose.
De rechtbank concludeerde dat toepassing van de verjaringstermijn niet onaanvaardbaar was, mede gezien de omstandigheden en vaste jurisprudentie. Ook het beroep van SVB op eerdere rechtspraak en op het feit dat BAM aansprakelijk zou zijn als rechtsopvolger faalde. De vordering werd daarom afgewezen en SVB werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de Sociale Verzekeringsbank tegen BAM wordt afgewezen wegens het ontbreken van aansprakelijkheid en verjaring.