ECLI:NL:RBUTR:2010:BL0149

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
20 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
270933 / HA ZA 09-1697
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:99 BWArt. 3:105 BWArt. 3:306 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering erfdienstbaarheid wegens ontbreken bezit door verjaring

Uitvaartcentrum Zuid B.V. en medeeisers vorderen dat wordt verklaard dat door verjaring een erfdienstbaarheid is ontstaan die de gemeente verbiedt de beukenhaag tussen hun percelen en gemeentelijk eigendom tot onder 5 meter terug te snoeien.

De gemeente had de haag op 18 december 2008 gesnoeid tot 2,50 meter, waarna het uitvaartcentrum zich hiertegen verzette. De eisers stellen dat sinds 1981/1982 mondeling is overeengekomen dat de haag niet lager dan 5 meter zou worden gehouden en dat deze afspraak 27 jaar is nagekomen.

De rechtbank overweegt dat voor het ontstaan van een erfdienstbaarheid door verjaring bezit van de erfdienstbaarheid vereist is. Uit de stellingen blijkt echter niet dat gedurende de relevante periode sprake was van bezit van de erfdienstbaarheid. De mondelinge afspraak en het nakomen daarvan vormen geen bewijs van bezit.

Daarom wordt de vordering afgewezen en worden de eisers veroordeeld in de proceskosten van de gemeente. Het vonnis is gewezen door mr. L.A.C. de Vaan en op 20 januari 2010 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vordering tot het ontstaan van een erfdienstbaarheid door verjaring wordt afgewezen wegens ontbreken van bezit.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK UTRECHT
Sector handels- en familierecht
zaaknummer / rolnummer: 270933 / HA ZA 09-1697
Vonnis van 20 januari 2010
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
UITVAARTCENTRUM ZUID B.V.,
gevestigd te Mijdrecht,
2. [eiseres sub 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiseres sub 3],
wonende te [woonplaats],
4. [eiser sub 4],
wonende te [woonplaats],
5. [eiser sub 5],
wonende te [woonplaats],
6. [eiser sub 6],
wonende te [woonplaats],
7. [eiseres sub 7],
wonende te [woonplaats],
8. [eiser sub 8],
wonende te [woonplaats],
9. [eiseres sub 9],
wonende te [woonplaats],
10. [eiser sub 10],
wonende te [woonplaats],
11. [eiser sub 11],
wonende te [woonplaats],
12. [eiser sub 12],
wonende te [woonplaats],
13. [eiser sub 13],
wonende te [woonplaats],
eisers,
advocaat mr. R.C.V. Mans,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
DE GEMEENTE DE RONDE VENEN,
zetelend te Mijdrecht,
gedaagde,
advocaat mr. W.H. Karreman.
Partijen zullen hierna Uitvaartcentrum Zuid B.V. c.s. en de Gemeente de Ronde Venen genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 9 september 2009
- akte overlegging productie van 15 oktober 2009
- het proces-verbaal van comparitie van 9 december 2009
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. Uitvaartcentrum Zuid B.V. c.s. zijn de bewoners van percelen van de G. van Stoutenborchstraat en de Borsaliastraat in de Gemeente de Ronde Venen.
2.2 Tussen de percelen van de G. van Stoutenborchstraat, de Borsaliastraat en de Gemeente de Ronde Venen staat een bomenrij (hierna: “haagbeuk”). Deze haagbeuk staat er al minimaal 20 jaar.
2.3 Op 18 december 2008 heeft de Gemeente de Ronde Venen snoeiwerkzaamheden verricht om de haagbeuk tot een hoogte van 2,50 meter terug te brengen. Uitvaartcentrum Zuid B.V. c.s. heeft zich verzet tegen het terugsnoeien van de beukenhaag tot een hoogte beneden de 5.00 meter.
3. Het geschil
3.1. Uitvaartcentrum Zuid B.V. c.s. vordert, na vermindering van eis, samengevat – te verklaren voor recht dat door verjaring een erfdienstbaarheid is ontstaan, waarop de Gemeente de Ronde Venen noch haar rechtsopvolger inbreuk mag maken, alsmede tot veroordeling van de Gemeente de Ronde Venen in de kosten van het geding, vermeerderd met rente en kosten.
3.2. De Gemeente de Ronde Venen voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1. In geschil is of door verjaring een recht op erfdienstbaarheid is ontstaan ten gevolge waarvan de Gemeente de Ronde Venen zich moet onthouden van het terugsnoeien van de beukenhaag tot een hoogte lager dan 5.00 meter.
4.2. De rechtbank stelt voorop dat voor het ontstaan van een erfdienstbaarheid door verkrijgende (artikel 3:99 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)) of bevrijdende verjaring (artikel 3:105 jo Pro. 3:306 van het BW) onder meer is vereist dat gedurende de voor verjaring van belang zijnde periode sprake is van bezit van de erfdienstbaarheid.
4.3. Ter onderbouwing van haar stelling dat door verjaring een erfdienstbaarheid is ontstaan, stelt Uitvaartcentrum Zuid B.V. c.s. dat in 1981 of 1982 tussen de Gemeente de Ronde Venen en Uitvaartcentrum Zuid B.V. c.s. mondeling is overeengekomen dat de beukenhaag niet tot een hoogte lager dan 5.00 meter zal worden teruggesnoeid en dat deze afspraak gedurende 27 jaar is nagekomen. De rechtbank overweegt dat uit de voormelde stellingen van Uitvaartcentrum Zuid B.V. c.s. niet kan worden afgeleid dat in de voor verjaring relevante periode sprake was van het bezit van de gestelde erfdienstbaarheid. In dat verband is van belang dat de bedoelde afspraak en het nakomen van die afspraak niet blijkt dat sprake is van een bezit van een erfdienstbaarheid. Het vereiste bezit kan ook niet worden afgeleid uit de overige stellingen van partijen. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat de gestelde erfdienstbaarheid door verjaring is ontstaan.
4.4. Gelet op het voormelde zal de rechtbank daarom de vordering van Uitvaartcentrum Zuid B.V. c.s. afwijzen.
4.5. Uitvaartcentrum Zuid B.V. c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Gemeente de Ronde Venen worden begroot op:
- vast recht 262,00
- salaris advocaat 904,00 (2 punten × tarief EUR 452,00)
Totaal EUR 1.166,00
5. De beslissing
De rechtbank
5.1. wijst de vorderingen af,
5.2. veroordeelt Uitvaartcentrum Zuid B.V. c.s. in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente de Ronde Venen tot op heden begroot op EUR 1.166, 00,
5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.A.C. de Vaan en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2010.?
LV