ECLI:NL:RBUTR:2009:BK1062
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd in internationale handelszaak met arbitrageclausule
In deze internationale handelszaak vordert Alstom Transport B.V. betaling van ruim 4 miljoen euro van Bombardier Transportation GmbH, een Duitse vennootschap. Partijen zijn overeengekomen dat geschillen worden beslecht via arbitrage conform de ICC Rules, met een forumkeuze voor arbitrage in Utrecht of Berlijn. Bombardier voert verweer en stelt dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht onbevoegd is vanwege de arbitrageclausule en het ontbreken van een reële band met het Nederlandse territorium.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de bevoegdheid van de Nederlandse rechter slechts kan voortvloeien uit artikel 31 van Pro de EEX-Verordening indien sprake is van een voorlopige of bewarende maatregel met een reële band met het territorium. De gevorderde betaling van een geldsom wordt niet als een voorlopige maatregel beschouwd, tenzij gegarandeerd is dat het bedrag wordt terugbetaald indien Alstom in het bodemgeschil in het ongelijk wordt gesteld en de maatregel betrekking heeft op vermogensbestanddelen binnen de territoriale bevoegdheid.
Alstom heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat aan deze voorwaarden is voldaan. Er is geen concrete bankgarantie gesteld en niet aangetoond dat het bedrag kan worden verhaald op vermogensbestanddelen van Bombardier in Nederland. Daarom verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd en veroordeelt Alstom in de proceskosten van Bombardier.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd en wijst de vordering af, met veroordeling van Alstom in de proceskosten.