ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ9943
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslagvergoeding en bonusbetaling na wijziging severance policy ABN AMRO
Partijen zijn in geschil over de hoogte van de ontslagvergoeding en bonusbetaling aan [X], voormalig HR Director Services bij ABN AMRO, na wijziging van het ontslagbeleid ('severance policy') door de bank in 2009.
De rechtbank stelt vast dat de retentiebrief van 21 november 2007 een bindende toezegging bevat aan [X] voor een ontslagvergoeding gebaseerd op het beleid van vóór 1 januari 2009. ABN AMRO heeft dit beleid eenzijdig gewijzigd vanwege de kredietcrisis en maatschappelijke druk, maar de kantonrechters oordelen dat deze gewijzigde omstandigheden onvoldoende zwaarwegend zijn om de toezegging te wijzigen of te vernietigen.
De kantonrechters verwerpen het beroep van ABN AMRO op wijzigingsbedingen in de arbeidsovereenkomst en op goed werknemerschap. Ook het beroep op onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW Pro) en redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW Pro) slaagt niet. De bank moet de volledige ontslagvergoeding van € 1.555.444,89 bruto betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 30 juni 2009.
Ten aanzien van de bonus over 2009 oordelen de kantonrechters dat [X] geen aanspraak heeft op meer dan reeds is betaald, omdat de retentiebrief geen volledige bonusbetaling na beëindiging van het dienstverband garandeert.
De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.
Uitkomst: ABN AMRO moet de volledige ontslagvergoeding betalen conform de retentiebrief, bonusbetaling 2009 is beperkt tot reeds betaalde bedragen.