ECLI:NL:RBUTR:2009:BI0557
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging opleiding huisarts wegens onvoldoende professionele competenties
Eiseres begon in september 2005 met de opleiding tot huisarts aan het UMC Utrecht. Gedurende de opleiding werden meerdere tekortkomingen geconstateerd, met name op het gebied van professioneel handelen, samenwerking en reflectie. Ondanks verlengde begeleiding en extra stages bleef verbetering uit. In augustus 2007 besloot de opleidingshoofd de opleiding te beëindigen vanwege deze tekortkomingen en onbereikbaarheid tijdens een bereikbaarheidsdienst.
Eiseres maakte bezwaar en legde het geschil voor aan de Commissie voor Geschillen van de KNMG (CvG), die het besluit bevestigde. Eiseres vorderde vervolgens vernietiging van deze uitspraak bij de rechtbank, stellende dat de CvG haar uitspraak ondeugdelijk motiveerde en dat de onmiddellijke beëindiging onterecht was.
De rechtbank oordeelde dat de CvG-uitspraak als bindend advies op grond van artikel 7:904 BW Pro marginaal getoetst moest worden. De rechtbank vond dat het oordeel van de CvG over de ongeschiktheid van eiseres om de opleiding voort te zetten voldoende was gemotiveerd en niet onaanvaardbaar was. Hoewel de motivering omtrent de onmiddellijke beëindiging ondeugdelijk was, leidde dit niet tot vernietiging omdat de opleiding ook zonder dringende reden per 1 september 2007 zou zijn beëindigd.
De rechtbank wees de vorderingen van eiseres af en veroordeelde haar in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de beëindiging van de huisartsopleiding en wijst de vordering tot vernietiging van het bindend advies af.