ECLI:NL:GHAMS:2010:BM1955
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.H. van Ginkel
- Ch.E. Bethlem
- G. de Groot
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake beëindiging huisartsopleiding en bindend advies CvG
Appellante volgde vanaf september 2005 een huisartsopleiding aan het UMC Utrecht onder leiding van geïntimeerde, hoofd van de opleiding. Na meerdere jaren met kritiek op haar professioneel handelen en samenwerking, en ondanks extra begeleiding, besloot geïntimeerde de opleiding te beëindigen. De Commissie voor Geschillen (CvG) oordeelde dat deze beëindiging terecht was.
Appellante stelde dat het oordeel van de CvG ondeugdelijk was gemotiveerd en dat het bindend advies haar onredelijk benadeelde, mede vanwege het late tijdstip van beëindiging en de impact op haar loopbaan. Het hof oordeelde dat het bindend advies integraal en deugdelijk was gemotiveerd, waarbij de onbereikbaarheid tijdens een bereikbaarheidsdienst als onderdeel van de herhaalde tekortkomingen werd betrokken.
Het hof verwierp de grieven van appellante en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Utrecht, waarbij appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het bindend advies heeft het karakter van rechtspraak en rechtvaardigt hogere motiveringseisen, maar het oordeel van de CvG voldeed hieraan.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en bevestigt dat appellante gebonden is aan het bindend advies tot beëindiging van haar huisartsopleiding.