ECLI:NL:RBUTR:2009:BH6647
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering studiekosten na opzegging in proeftijd bij traineeovereenkomst
Een werknemer trad op 1 oktober 2007 in dienst als trainee bij Rabobank met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een jaar en een proeftijd van twee maanden. Hij was verplicht een opleiding te volgen die twee jaar zou duren. De werknemer zegde de arbeidsovereenkomst op 30 november 2007, binnen de proeftijd, op.
Rabobank vorderde terugbetaling van studiekosten op grond van een beding in de studieovereenkomst en de Rabobank-CAO. De werknemer betwistte dit en stelde dat het beding niet geldig was en dat terugvordering in strijd was met het wezen van de proeftijd. De bank wijzigde haar eis ter zitting in een verklaring voor recht, maar dit werd niet aanvaard.
De rechtbank oordeelde dat het beding geldig was en dat de terugvordering in principe mogelijk is, maar dat de aard van de opleiding doorslaggevend is. De opleiding was geen carrièregerichte opleiding, maar een inwerkopleiding voor nieuwe medewerkers. Daarom was terugvordering van de studiekosten niet gegrond.
De vordering van Rabobank werd afgewezen en de bank werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot terugvordering van studiekosten wordt afgewezen omdat de opleiding geen carrièregerichte opleiding was.